Onbelast bijverdienen

Vanaf 15 juli 2018 gaat de nieuwe regeling voor onbelast bijverdienen in. Er bestond al een regeling voor het bijverdienen via de deeleconomie, maar het kader werd nu uitgebreid met verenigingswerk en occasionale diensten tussen burgers.

In de deeleconomie zagen we in onze sector vooral privéleerkrachten zich aanbieden via deze websites. Maar ook in de nieuwe regeling wordt enkele keren verwezen naar activiteiten in de cultuursector. Misschien liggen er ook wel opportuniteiten voor jou?

Voor wie, wat en hoe?

Wie 4/5e werkt als werknemer, het statuut van zelfstandige in hoofdberoep heeft of gepensioneerd is kan onbelast bijklussen via verenigingswerk of occasionale diensten aan burgers. Het feit dat je op een andere manier actief moet zijn, wordt beoordeeld aan de hand van het 3de kwartaal voor het begin van het werk of dienst.
Voor het bijklussen via deeleconomie geldt deze regel niet. Dat kan iedereen doen. 

Je mag maximum 6130 euro per jaar onbelast bijverdienen. Om dat plafond te berekenen telt men de inkomsten van de 3 systemen samen. Verdien je toch meer dan 6130 euro per jaar, dan wordt het hele inkomen beschouwd als beroepsinkomen en zal je er ook sociale bijdragen op moeten betalen. Afhankelijk van de situatie zal dit als werknemer of zelfstandige zijn. 

De inkomsten die je haalt uit occasionele diensten aan burgers moet je zelf aangeven via www.bijklussen.be. Wat je verdient via verenigingswerk of deeleconomie wordt door de organisatie of het platform aangegeven. 

1. Verenigingswerk

Wat?
Wat verenigingswerk kan zijn, wordt in een gedetailleerde lijst omschreven.

Voor cultuur lezen we onder meer “artistieke of kunsttechnische begeleider in de amateurkunstensector, de artistieke en de cultuureducatieve sector”, “gidsen of publieksbegeleider van cultureel erfgoed”, “persoon die actief is bij initiatieven van sociaalcultureel volwassenwerk, organisaties voor de bescherming van het leefmilieu, cultureel en onroerend erfgoed, duurzame ontwikkelingssamenwerking of -educatie, culturele en artistieke organisaties”, “verstrekker van opleidingen, lezingen, presentaties en voorstellingen over culturele, artistieke en maatschappelijke thema’s” en verschillende administratieve ondersteuningen aan verenigingen. Voor verduidelijkingen over de lijst verwijst de minister naar het onthaalbureau van de RSZ.

Hoeveel?
Men kan met deze activiteiten maximum 510,83 euro per maand verdienen. Daarbij moet je je inkomsten uit occasionele diensten tussen burgers én verplaatsingsvergoedingen tellen. Je bouwt er uiteraard geen sociale rechten mee op.

Voor wie nog?
Voor wie werkloos of arbeidsongeschikt wordt of uitgesteld loon geniet, gelden speciale regels. Vraag dit zeker na bij de consulenten van Cultuurloket of de controlerende instantie.
Zo mag de uitkeringsgerechtigde werkloze een aflopend verenigingswerk nog verderzetten met behoud van uitkeringen en toestemming van de RVA.

Hoe?
Tussen verenigingswerker en organisatie wordt een “overeenkomst inzake verenigingswerk” afgesloten. Hier kan je zo’n modelcontract terugvinden.
De werker krijgt ook een specifieke bescherming voor zijn aansprakelijkheid en welzijn. De organisatie is verplicht een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid en lichamelijke schade af te sluiten. De vereniging moet ook zijn ingeschreven in de Kruispuntbank der Ondernemingen (KBO). Voor een feitelijke vereniging volstaat een identificatie bij de RSZ. 
Tot slot is er de aangifte op het online portaal.

Oppassen voor?
Wie al met een arbeidsovereenkomst, als zelfstandige of als bezoldigd vrijwilliger actief is voor een vereniging kan de uitbetaling als verenigingswerker niet combineren bij dezelfde organisatie.
Als gewezen werknemer (ook via uitzendarbeid) moet je minstens één jaar wachten om als verenigingswerker aan de slag te gaan voor dezelfde organisatie. Voor wie op pensioen gaat kan het wel, voorzover er ook in een vervanging wordt voorzien als werknemer.
Je kan wel meerdere verenigingswerken en vrijwilligersactiviteiten met elkaar combineren voor verschillende organisaties. 

2. Occasionele diensten tussen burgers

Wat?
Ook hier wordt gewerkt met een gedetailleerde lijst. Voor cultuur lezen we “bijlessen, muziek-, teken-, knutsel- of techniekles in de privéwoning van de lesgever of in de woning van de opdrachtgever”. Voor verduidelijkingen over de lijst verwijst de minister naar het onthaalbureau van de RSZ.
Wie deze activiteiten reeds als zelfstandige uitoefent, kan niet cumuleren. Wie als werknemer aan het werk is mag zijn werkgever geen oneerlijke concurrentie aandoen. 

Hoeveel?
Men kan met deze activiteiten maximum 510,83 euro per maand verdienen. Daarbij moet je je inkomsten uit occasionele diensten tussen burgers en verplaatsingsvergoedingen meetellen. Wie het maximumbedrag van 6130 euro per jaar en 510,38 euro per maand overschrijdt, wordt vermoed zelfstandige te zijn, ook voor het jaar na de overschrijding. Je bouwt er uiteraard geen sociale rechten mee op.

Hoe?
Een mondelinge afspraak en aangifte op het online portaal is voldoende.

Oppassen voor?
De aanbieder moet een bijkomende verzekering burgerlijke aansprakelijkheid voorzien en reglementeringen over hygiëne, veiligheid, … in acht nemen.

3. Deeleconomie

Wat?
Enkel de diensten die je levert via een erkend deeleconomieplatform komen in aanmerking. De lijst van erkende platformen vind je hier
In de cultuursector zien we voornamelijk privéleerkrachten die hun diensten aanbieden via dergelijke platformen. Als je dezelfde activiteiten (bvb. lesgeven) al als zelfstandige doet, kan je geen gebruik maken van de gunstige regeling deeleconomie.

Hoeveel?
Er is geen maximummaandbedrag. Maar deze inkomsten worden wel meegeteld om te kijken of je het maximum van 6130 euro per jaar niet overschrijdt. Wie dit overschrijdt wordt vermoed zelfstandige te zijn.

Hoe?
Je sluit je aan bij een erkend deeleconomieplatform. Het platform rapporteert je inkomsten aan de fiscus. Let op! Ook de afhoudingen (administratieve kosten) die de platformen doen, tellen dus mee om het uiteindelijke plafondbedrag te berekenen.

Oppassen voor?
Wie in een zogezegd kunstenaarsstatuut zit (dat wil zeggen: als kunstenaar genieten van voordeelregels in de werkloosheidsreglementering), geeft deze activiteiten best aan via de vakbond of hulpkas. Gepresteerde dagen werk via de deeleconomie zullen wel nooit meetellen als gewerkte dagen, aangezien er geen sociale zekerheidsinhoudingen gebeuren.

x

Cookies

Deze website gebruikt zowel functionele als niet-functionele cookies. Voor het plaatsen en uitlezen van niet-functionele cookies hebben wij uw voorafgaande toestemming nodig; voor functionele cookies niet. U kunt het gebruik van cookies later nog wijzigen en uw voorkeuren aanpassen.
Meer info in ons Cookiebeleid.
Akkoord