Hoe zit het met het portretrecht?

Het portretrecht wordt ook het recht op afbeelding van ieder individu genoemd. In principe moet voor elke afbeelding van een individu en voor het gebruik van deze afbeelding toelating worden gevraagd, bv. een fotoshoot van een mannequin voor een modemagazine.
 
Wanneer je de afbeelding gebruikt voor andere doeleinden dan oorspronkelijk overeengekomen, bega je een schending van het portretrecht en kan de gedupeerde schadevergoeding claimen, bv. afbeelding mannequin in een verkiezingscampagne of in een ander modeblad dan hetgene waarvoor toestemming werd gegeven.
 
Er is sprake van schending van het recht op afbeelding in geval van:

  • afbeelding van een persoon zonder toelating
  • gebruik van een toegelaten afbeelding voor niet-toegestane doeleinden. Onder gebruik moet worden verstaan: elke vorm van verspreiding of publicatie, al dan niet commercieel. Het kan bv. ook een gebruik zijn van een afbeelding in een carnavalstoet.

De toestemming wordt in principe niet vermoed, maar moet uitdrukkelijk en voorafgaandelijk verkregen worden. Indien de  persoon herkenbaar is of herkend kan worden, moet de toestemming voor afbeelding en gebruik duidelijk en ondubbelzinnig gegeven worden. De toestemming en het gebruik dient duidelijk te worden omschreven (welke afbeeldingen en voor welk gebruik precies). Tegelijkertijd moet rekening gehouden worden met de bescherming van het privé-leven.
 
Ook figuranten, acteurs, personen in een documentaire moeten hun toestemming geven tot verfilming of tot het gebruik van hun afbeelding. Bij audiovisuele werken wordt in de praktijk gewerkt met een quitclaim tussen producent en figurant, ook wel figurantenovereenkomst genoemd. In dergelijke overeenkomst geeft de figurant toestemming voor de gemaakte opnames en verklaart de figurant geen aanspraak te zullen maken op het portrechtrecht of het recht op afbeelding.
Bij een acteur staan deze verklaringen vaak al in een andere overeenkomst, die meestal voor de aanvang van de opnames getekend wordt.
 
Bepaalde categorieën personen zijn beschermd door een recht op anonimiteit: slachtoffers van zedendelicten, minderjarigen in de jeugdbescherming en personen betrokken in echtscheidingen en scheidingen van tafel en bed. Men mag deze personen niet (herkenbaar) afbeelden.
 
Voor politici, bekende personen, filmsterren en sportfiguren die in de actualiteit komen, geldt een andere regeling. Voornoemde personen kunnen impliciet of stilzwijgend hun toestemming geven. In al deze gevallen zal het recht op privé-leven wel gerespecteerd moeten worden. In dit verband kunnen we verwijzen naar de afbeelding van een magistraat in badpak in de krant ‘Le soir illustré’. Deze afbeelding werd door de rechter beschouwd als een inbreuk van het recht op privacy (Brussel, 5 februari 1999).
 
Personen die herkenbaar zijn op een foto of beelden van een publieke manifestatie of in het kader van actualiteitsverslaggeving, zullen dit in zeker mate moeten gedogen. Ook hier moet weer een onderscheid worden gemaakt tussen toelating en gebruik.
Wanneer men in het nieuws een item wijdt aan de langverwachte zomer en hiervoor beelden gebruikt van studenten die ijsjes eten op de terrasjes van hun studentenstad, zullen de afgebeelde personen zich hiertegen moeilijk kunnen verzetten. Wanneer deze beelden later opnieuw gebruikt worden in een documentaire over ‘obesitas’ bij jongeren, zal men zich wel tegen dit gebruik kunnen verzetten.
Het gebruiken van afbeeldingen genomen op een publieke plaats waarbij personen slechts toevallig en bijkomstig weergegeven worden, vereist geen toelating van de afgebeelde persoon. De context waarin deze beelden gebruikt worden, is dan weer een andere zaak.
 
Het portretrecht heeft niet onmiddellijk een wettelijke basis.
Het recht op afbeelding (of het portretrecht) vindt volgens sommigen zijn oorsprong in artikel XI.174 WER:
“ De auteur of de eigenaar van een portret dan wel enige andere persoon die een portret bezit of voorhanden heeft, heeft niet het recht het te reproduceren of aan het publiek mee te delen zonder toestemming van de geportretteerde of, gedurende twintig jaar na zijn overlijden, zonder toestemming van zijn rechtverkrijgenden.”
Deze bepaling is ook van toepassing bij audiovisuele werken. In de voorbereidende werken wordt in dit verband verwezen naar het voorbeeld van een actualiteitsprogramma waarbij een camera plots inzoomt op een persoon.
Een andere mogelijke rechtsgrond om inbreuken op het portretrecht aan te klagen, is artikel 1382 Burgerlijk Wetboek:
“ Elke daad van de mens, waardoor aan een ander schade wordt veroorzaakt, verplicht degene door wiens schuld de schade is ontstaan, deze te vergoeden.”

x

Cookies

Deze website gebruikt zowel functionele als niet-functionele cookies. Voor het plaatsen en uitlezen van niet-functionele cookies hebben wij uw voorafgaande toestemming nodig; voor functionele cookies niet. U kunt het gebruik van cookies later nog wijzigen en uw voorkeuren aanpassen.
Meer info in ons Cookiebeleid.
Akkoord