Maatschap

Voor velen nog steeds onbekend, DE MAATSCHAP wint aan veld onder de diverse vormen van samenwerking, vooral internationaal. Ze vormt ook een volwaardig alternatief voor tijdelijke handelsvennootschappen.

De maatschap is een samenwerkingsvorm die veel flexibiliteit biedt naar ontbinding toe, vandaar de geschiktheid voor samenwerkingsverbanden van tijdelijke aard - zowel tussen bedrijven als tussen personen.

Een samenwerkingsvorm die zeer geschikt is voor prille initiatieven (maar ook gevestigde) in de creatieve en culturele sector. Vele artistieke co-producties zowel op grote als kleine schaal maken toepassing van de maatschap: een kamerorkest, een filmproductie, theaterproducties, kunstenaarscollectieven enz.

Auteursrecht en intellectual property blijven immers ondubbelzinnig in handen van de respectievelijke creatoren. Bovendien blijft iedereen binnen de eigen fiscale context, zowel wat bedrijfsvorm betreft, als territoriaal.

Een maatschap is aan weinig formaliteiten onderworpen en wordt slechts minimaal gereglementeerd in de wetgeving. Partijen kunnen de maatschap in grote mate zelf structureren en afstemmen op hun eigen noden en op de realisatie van het beoogde project. Als het project is afgelopen, laat een maatschap zich op een eenvoudige wijze ontbinden.

Naast wat we reeds aanhaalden zijn de voordelen van een maatschap legio:

  • de structuur kost weinig
  • is discreet: geen wettelijke boekhoudkundige of publicatieverplichtingen
  • is fiscaal transparant
  • laat een vrije winstverdeling toe
  • ...

1. De overeenkomst

Een maatschap is een vennootschap met een burgerlijk of handelsdoel die geen rechtspersoonlijkheid bezit.

In een maatschap-overeenkomst komen dan ook twee of meer personen overeen om iets in gemeenschap te brengen met als doel één of meer nauwkeurig omschreven activiteiten uit te oefenen waarbij de vennoten een rechtstreeks of onrechtstreeks vermogensvoordeel te bekomen.

De oprichting van een maatschap is een zuivere contractuele handeling -onderhands of notarieel- en wordt volledig door het contractenrecht beheerst. De partijen hebben dus een grote wilsautonomie om hun samenwerking te organiseren, volgens de eigen inzichten en noden van hun project. De overeenkomst strekt partijen dus tot wet als voorzien in art. 1134 van het Burgerlijk Wetboek.

Elke samenwerking tussen personen die voldoet aan deze definitie, kan als een maatschap gekwalificeerd worden. Een filmmaker en graphic designer en een marketeer die op regelmatige basis samenwerken en elkaar daarbij bijvoorbeeld materiaal ter beschikking stellen, kunnen als een maatschap gekwalificeerd worden. In principe zouden zij dan ook de “regels” respecteren die op een maatschap van toepassing zijn.

2. Het onderscheid tussen burgerlijke maatschap en commerciële maatschap

Afhankelijk van de activiteiten die de maatschap aan de dag wil leggen, kan zij een burgerlijk of een handelsdoel hebben. Welke hoedanigheid de vennoten zelf hebben, is hierbij ondergeschikt:

  1. Heeft de maatschap vooral burgerlijke activiteiten – waaronder vele artistieke activiteiten -  dan is het een burgerlijke maatschap.

    Voorbeeld: de samenwerking tussen zuivere artistieke beroepen zoals acteurs, schrijvers, regisseurs of tussen vrije beroepen zoals accountants, vertalers/tolken, advocaten enz.

    In een burgerlijke maatschap zijn de vennoten slechts aansprakelijk voor een gelijk deel. Om voldoening te bekomen zullen schuldeisers iedere vennoot individueel moeten aanspreken voor zijn deel van de schuld.

     

  2. Stelt de maatschap hoofdzakelijk handelsdaden, dan spreken we over een commerciële maatschap.

    In een commerciële maatschap zijn de vennoten hoofdelijk aansprakelijk voor alle schulden van de maatschap. Dat wil zeggen dat een schuldeiser om het even welke vennoot kan aanspreken voor de voldoening van de volledige schuld. De aangesproken vennoot kan zelf wel verhaal uitoefenen op de andere vennoten.

    Het onderscheid tussen een burgerlijke en een commerciële maatschap is dus vooral van belang voor de aansprakelijkheid van de vennoten. 

3. Gevolgen van het ontbreken van een rechtspersoonlijkheid

Het ontbreken van een rechtspersoonlijkheid heeft ook tot gevolg dat de maatschap geen apart maatschappelijk vermogen en geen zetel heeft en dat zij niet in rechte kan optreden. De maatschap als dusdanige verzamelnaam zal dus steeds door alle leden moeten worden vertegenwoordigd, die evenwel alleen kunnen handelen in naam van de anderen via schriftelijke volmacht.

De goederen die de maatschap gebruikt, zullen ook niet haar eigendom zijn:

  • ofwel worden zij in onverdeeldheid aangehouden tussen de verschillende vennoten;
  • ofwel blijven ze de exclusieve eigendom van een van de vennoten, indien dat zo is overeengekomen.

Door de afwezigheid van een rechtspersoonlijkheid zullen de vennoten ook instaan voor de schulden van de maatschap. 

4. Wat wordt er door de vennoten ingebracht?

Een maatschap-overeenkomst wordt aanzien als een contract ten bezwarende titel. Dat betekent dat iedere vennoot verplicht is een bepaalde inbreng te doen om zo een vermogensvoordeel te kunnen bekomen.

Maar die inbreng kan van heel uiteenlopende aard zijn: in principe kan alles wat een vermogenswaarde heeft, in een maatschap worden ingebracht. Anders dan bij een rechtspersoon, hoeft de inbreng niet waardeerbaar te zijn naar economische maatstaven. De inbreng kan zowel in geld, in natura of in arbeid gebeuren. Zelfs immateriële elementen, zoals een niet-concurrentiebeding, kunnen als een inbreng beschouwd worden. De inbreng kan zowel in eigendom als in genot gebeuren.

5. Hoe worden winst en verlies verdeeld?

Iedere vennoot in de maatschap zal moeten kunnen delen in de winsten of verliezen. Als hierover niets bepaald is in de statuten, zullen winst of verlies verdeeld worden in evenredigheid tot ieders inbreng. Maar de statuten kunnen wel een andere regeling voorzien en aan bepaalde vennoten bijzondere rechten toekennen.

Het is verboden dat alle winst aan één vennoot wordt toegekend, of dat een vennoot wordt vrijgesteld van zijn plicht om in de verliezen te delen.

Dividenden die al gedurende het bestaan van de maatschap worden uitgekeerd, moeten beschouwd worden als een voorschot op de winst. Maar de definitieve winstverdeling kan pas plaatsvinden als de rekeningen van de maatschap afgesloten worden. Als de resultaten dat vereisen, kunnen eerder uitgekeerde dividenden dus altijd teruggevorderd worden.

6. Sociaalrechtelijke aspecten

De maatschap kan zelf personeel aanwerven, maar kan ook werken met personeel dat de vennoten ter beschikking stellen. In het laatste geval moeten de regels betreffende de terbeschikkingstelling van personeel natuurlijk wel gerespecteerd worden.

Werft de maatschap haar eigen personeel aan, dan zal ze moeten instaan voor alle sociaal- en arbeidsrechtelijke verplichtingen. Zo zal ze een inschrijving moeten nemen bij de RSZ. Deze zal de maatschap als een afzonderlijke persoon erkennen, zelfs al bezit die geen rechtspersoonlijkheid. Uiteraard blijven de vennoten instaan voor de eventuele schulden aan de RSZ, als zou blijken dat de maatschap die niet kan voldoen. 

7. Fiscale aspecten

De maatschap zal zelf nooit aan de vennootschaps- of rechtspersonenbelasting onderworpen worden.

De winsten van de maatschap worden verdeeld tussen de vennoten en worden belastbaar in hoofde van elk van hen, overeenkomstig hun (al dan niet contractueel bepaalde) aandeel in het resultaat van de maatschap - zelfs indien deze winst niet effectief aan de betrokken vennoot wordt uitgekeerd.

Elke vennoot moet wel zijn aandeel in het resultaat van de maatschap vermelden in zijn eigen fiscale aangifte. Hij blijft dus binnen de eigen fiscale tuin en heeft dus nooit af te rekenen met verrassingen door gebrek aan kennis van een hem vreemde fiscaliteit.

Een maatschap is BTW-plichtig indien zij geregeld handelingen verricht waaraan BTW-plicht gekoppeld is. De maatschap moet dan ook op haar eigen naam BTW betalen. De bevoegde BTW-administratie zal deze zijn die volgens de Europese wetgeving territoriaal zal bevoegd zijn voor de uitgeoefende activiteit.

8. Vereffening/verdeling na het ophouden van de maatschap

De maatschap zelf bezit niets en heeft dus geen vermogen. Er bestaan dus hoogstens onverdeelde eigendommen tussen de vennoten. De vereffening/verdeling van een maatschap geschiedt zoals bij het uit-onverdeeldheid treden bij co-propriëteit, volgens dezelfde verdeelsleutel van de winstverdeling.

9. Praktisch

De eventuele nadelen die aan deze samenwerkingsvorm verbonden zijn, kunnen grotendeels opgevangen worden in schriftelijke afspraken. Het is dan ook van het grootste belang, het contract op een evenwichtige manier op te stellen en daarbij de belangen van alle deelnemende partijen te behartigen. Lees hieromtrent onze materie “Recept voor goede overeenkomsten”.

Na het ondertekenen van de overeenkomst zal je je zelf moeten wenden tot het BTW-kantoor om een BTW-nummer aan te vragen. Gezien een maatschap geen ondernemingsnummer heeft wordt het BTW-nummer apart toegekend door de Centrale BTW-administratie zelf. Dat gebeurt niet onmiddellijk.

Voor het openen van een bankrekening zullen veel banken nogal weigerig staan gezien zij de maatschap nog niet kennen als courante ondernemingsvorm. Maar eenmaal het BTW-nummer op tafel zullen er geen problemen meer zijn voor het openen van een rekening.

 

 

Bronnen: vdvaccountants.be – fisconet.be- mineco.fgov.be- Burgerlijk Wetboek.

 

 

x

Cookies

Deze website gebruikt zowel functionele als niet-functionele cookies. Voor het plaatsen en uitlezen van niet-functionele cookies hebben wij uw voorafgaande toestemming nodig; voor functionele cookies niet. U kunt het gebruik van cookies later nog wijzigen en uw voorkeuren aanpassen.
Meer info in ons Cookiebeleid.
Akkoord