Veel voorkomende vraagtekens en misvattingen rond tentoonstellingen

 

1. De tentoonsteller verplicht contractueel de kunstenaar "zijn werk te verzekeren".

Blijkbaar wil de tentoonstellende organisatie zich vrijwaren van een schadeclaim vanwege de kunstenaar. Hierin schuilt een misvatting vanwege de tentoonsteller. Als de kunstenaar zich verzekert voor eigenschade (allrisk)  in het algemeen dan vrijwaart dat niet de tentoonsteller. De tentoonsteller die het werk “leent” is burgerrechtelijk aansprakelijk voor schade dat het kunstwerk oploopt tijdens de periode dat het in zijn bezit vertoeft. Bij schade zal de verzekering van de kunstenaar tussenkomen, maar zal verhaal uitoefenen op de derde die aansprakelijk is, dus de tentoonsteller.

Wat is dan wel mogelijk. Blijkbaar wil de tentoonsteller een deelname in de tentoonstellingskosten vanwege de kunstenaar door bekostiging van de verzekering. In dat geval kan de kunstenaar als “verzekeringnemer” de aansprakelijkheid van de tentoonsteller laten dekken “als verzekerde”, met zichzelf (de kunstenaar) als “begunstigde”. De verzekeringnemer is echter verplicht aangifte te doen van een eventueel schadegeval en dit is onmogelijk gezien deze - jij dus - in dit geval niet aanwezig is…. Dus geen aanrader.

Het is duidelijk beter dat de tentoonsteller zelf alle kunstwerken verzekert en eventueel aan de deelnemende kunstenaars een bijdrage vraagt. Het is immers de gewoonte dat de plicht zich te verzekeren op de schouders van de tentoonsteller rust.
 

2. Je huurt een ruimte om je werk tentoon te stellen en de verhuurder vraagt je je te “verzekeren”.

De vraag is en blijft: verzekeren "ok" maar voor welk risico? Als de huurder een zelfstandig ondernemer is, zou zijn verzekering "burgerlijke aansprakelijkheid uitbating" voldoende moeten zijn om eventuele schade aan inboedel enz. te dekken tijdens de activiteit. Er kan ook altijd een tijdelijke uitbreiding van de verzekering worden gevraagd.

Verhuurders van zalen verzekeren zich best zelf voor de risico's die zij nodig achten en rekenen dat door aan de huurder of de gebruiker indien wenselijk.

Niet-professionele kunstenaars kunnen zich niet verzekeren voor uitbatingsrisico's gezien zij geen ondernemer zijn.

 

3. Let op met de wijze van vergoeding voor de huur van de tentoonstellingsruimte.

Bij sommige overeenkomsten voor de huur van een tentoonstellingsruimte zitten er addertjes in het gras. Men vraagt bijvoorbeeld “slechts” 10% van de omzet door verkoop. Na je wild enthousiast te hebben gemaakt over de mogelijke resultaten via het aangeboden netwerk en je te hebben gemotiveerd om je verkoopprijzen veel hoger te stellen, kan men echter achter blijven met een serieuze kater. Niettegenstaande je vast overtuigd was dat je flink ging verkopen en dat 10% met plezier was afgestaan.

Je verkoopt helemaal niks en … er bestaat een “verloren geplaatste” clausule die je over het hoofd hebt gezien, bepalende dat er een minimumhuur is ter waarde van je drie duurst geprijsde werken. Die dan opeens veel te duur zijn…

Een gezonde overeenkomst is 10% commissie met een duidelijk vastgelegd minimumbedrag. Soms wenst de verhuurder het risico te delen en aanvaardt hij een werk in ruil als minimale vergoeding. Of een combinatie van beide. Zorg dat je weet waar je uitkomt bij een “worst case scenario”.
 

4. Facturatie aan een galerie in je prille carrière zonder zelfstandig statuut of als vrijgestelde van BTW.

Je bent nog geen zelfstandige en je hebt nog nooit een werk verkocht. Bij je eerste tentoonstelling bij een galerie worden er een of twee werken verkocht.  Of je bent als zelfstandige vrijgesteld van BTW. Er zijn twee scenario’s:

1. De beste oplossing:

De galerie factureert aan de klant en jij als vrijgestelde aan de galerie. Een niet-zelfstandige factureert aan de galerie met een pro-forma factuur.

Een proforma- factuur is voor de galerie perfect aftrekbaar als uitgave, voor zover deze wordt aangegeven via een fiscale fiche.  Een niet zelfstandige geeft het aan als diverse inkomst in zijn belastingaangifte (deel 2) en kan zelfs kosten in rekening brengen.
 

2. De galerie vraagt je te factureren aan de klant (prijsgunstiger gezien geen btw 21%) en zij factureren je hun commissie.

Deze commissie wordt verhoogd met 21% die jij als niet btw-plichtige niet kunt aftrekken waardoor je veel minder overhoudt. Hetzelfde probleem stelt zich als je zelfstandige bent met vrijstelling van BTW.

Opmerkingen:

1. “Regelmatige” diverse inkomsten worden door de fiscus als beroepsinkomsten beschouwd en de fiscus kan dit aldus belasten. Zeker als je geen andere beroepsinkomsten hebt. Dat je het recht hebt dit 1x per maand te doen, zoals nogal wordt beweerd, is zeker niet waar. Voor de koper is er geen enkel risico, maar wel voor jezelf. Je kan dit gerust herhalen, maar zoals altijd, de kruik gaat zolang te water tot ze barst.

2. Je kan in principe geen kunstwerken verkopen via een SBK of een KVR. Deze vergoedingswijzen staan voor betaling van artistieke prestaties of werken in opdracht.

3. Sommige galeries werken met aankoopborderellen indien de kunstenaar geen zelfstandige is en passen de margeregeling toe voor de btw. Dit sluit voor de beginnende kunstenaar niet het risico uit dat deze inkomsten kunnen worden beschouwd als beroepsinkomst.

x

Cookies

Deze website gebruikt zowel functionele als niet-functionele cookies. Voor het plaatsen en uitlezen van niet-functionele cookies hebben wij uw voorafgaande toestemming nodig; voor functionele cookies niet. U kunt het gebruik van cookies later nog wijzigen en uw voorkeuren aanpassen.
Meer info in ons Cookiebeleid.
Akkoord