De meest voor de hand liggende overeenkomst is de huurovereenkomst. Bij een huurovereenkomst krijgt iemand het recht om een goed te gebruiken tegen een bepaalde prijs.

In de praktijk kan je een huurovereenkomst gebruiken om een studio te huren, een atelier in onder te brengen, je gemaakte creaties in te verkopen, samen te leven… Afhankelijk van wat je wil huren, gelden andere regels. 

Een woning of iets anders huren?

Er bestaat een onderscheid tussen (gewone) huurcontracten waarop de regels van het algemene huurrecht (= gemene huur) van toepassing zijn en huurcontracten die een specifiek gebruik toekennen aan de huurder.  

De algemene regels van het gemene huurrecht zijn aanvullend. Dat betekent dat contractpartijen bij een huurovereenkomst andere afspraken kunnen maken dan diegene die de wet bepaalt. Als huurder en verhuurder over bepaalde zaken geen afspraken hebben gemaakt, dan zullen de bepalingen uit het aanvullende huurrecht van toepassing zijn.

Naast de algemene regels uit het gemene huurrecht bestaat er ook afwijkende wetgeving in bepaalde situaties. De Belgische wetgever heeft in de loop van de tijd een onderscheid gemaakt in de wetgeving voor bepaalde categorieën van mensen die nood hebben aan extra bescherming. Deze specifieke wetgeving is dwingend. Je kan er niet van afwijken in een overeenkomst. Je hebt specifieke (dwingende) wetgeving bij huurovereenkomsten die dienen tot de hoofdverblijfplaats van een persoon (= woninghuur) of bij een verhuring van een handelszaak (= handelshuur).
 

Enkele voorbeelden van gemene huur:

  • Huur van een atelier
  • Huur van een repetitieruimte
  • Huur van een opslagplaats
  • Huur van een tweede verblijf
  • Huur van een kantoor
     

Voorbeelden van woninghuur:

  • Huur van een woning die gebruikt wordt als hoofdverblijfsplaats
  • Huur van een appartement of studio waar je (samen met anderen) woont
     

Voorbeelden van handelshuur:

  • Huur van een cafetaria
  • Huur van een restaurant
  • Huur van een winkel 
  • Huur van een handelszaak (bakker, beenhouwer, bioscoop, apotheker, fotograaf, bank, drukkerij, schoenmaker, naaisters, kappers…)