Wist je dat de fiscale regeling rond inkomsten uit auteursrechten en naburige rechten recent is bijgesteld? We gidsen je door de belangrijkste veranderingen.

Waarom is de regeling aangepast?

De afgelopen jaren werd gretig gebruik gemaakt van het gunstregime voor auteursrechten, ook buiten de culturele sector. De regering heeft wel oor naar een passend fiscaal regime op inkomsten die op onregelmatige en wisselvallige wijze worden verkregen in het kader van artistieke activiteiten, maar aan de andere kant wil ze ook misbruik voorkomen. Daarom werden de regels rond het gunstregime wat verscherpt.

Over welke inkomsten gaat het?

Vanaf 1 januari 2023 vallen volgende inkomsten onder het voordelige regime:

  • vergoedingen voor de overdracht of de verlening van een licentie van auteursrechten en naburige rechten van werken van letterkunde en kunst (art XI.165)
  • vergoedingen voor prestaties van uitvoerende kunstenaars (art. XI 205)
  • vergoedingen voor verplichte licenties (zoals reprografie)
  • vergoedingen voor het gebruik van je werk door een beheersvennootschap (zoals Sabam, Playright, SACD, Sofam, deAuteurs …)

Wie kan gebruik maken van de regeling?

De wet voorziet dat je een kunstwerkattest nodig hebt. Met dit attest kan je gebruik maken van de voordelige regeling. Van zodra de Kunstwerkcommissie operationeel is, zal deze voorwaarde gelden (ten laatste 1 januari 2024).

Ook anderen die rechthebbende zijn (van auteursrechten en naburige rechten) kunnen de regeling toepassen wanneer ze het werk overdragen of een licentie verlenen aan een derde in het kader van een publieke mededeling, openbare uitvoering of reproductie.

Met welke grensbedragen houd je rekening ?

De inkomsten uit auteursrechten blijven roerende inkomsten (die aan 15% worden belast via roerende voorheffing) indien:

  • de verhouding tussen de totale vergoeding voor de overdracht/verlening en voor de prestatie niet meer dan 70%/30% is en;
  • niet meer dan 70.220 euro (inkomstenjaar 2023) bedraagt. 

In de vergoeding is dus maximaal een verhouding van 70% voor de prestatie en 30% voor de overdracht/verlening van de auteursrechten of naburige rechten.

Verdiende je in de afgelopen vier belastbare tijdsperken gemiddeld meer dan 70.220 euro (inkomstenjaar 2023) per jaar aan auteursrechten of naburige rechten? Dan val je buiten het gunstige regime en zijn de inkomsten een beroepsinkomen.

Overgangsregeling grensbedragen

Voor de verdeelsleutel (voor de grensbedragen) is een overgangsregeling uitgewerkt:

  • Voor het inkomstenjaar 2023 is de verhouding maximaal 50% beroepsinkomen -  50% auteursrechten. 
  • Voor het inkomstenjaar 2024 wijzigt de verhouding naar min. 60% beroepsinkomen - max. 40% auteursrechten. 
  • Voor het inkomstenjaar 2025 wijzigt de verhouding definitief naar min. 70% beroepsinkomen - max. 30% auteursrechten. 

De procentuele beperking is een maximumgrens. De vergoeding, en daaraan gekoppeld verhouding prestatie vs auteursrecht, dient nog steeds marktconform te zijn.

Wanneer kan je toch nog een 100% aan vergoeding voor auteursrechten ontvangen?

Heb je een hergebruik, overdracht of licentie zonder opdracht, dan geldt de verdeelsleutel niet en blijft de vergoeding 100% een vergoeding voor auteursrechten. Dat is ook het geval wanneer je vergoedingen voor de overdracht of licentie later ontvangt, los van de vergoeding voor de prestatie.

Aan de praktische formaliteiten van deze regeling verandert er niets: de opdrachtgever maakt een fiscale fiche 281.45 op en houdt de roerende voorheffing in. Daarover lees je hier  meer.

    
Of je nu foto's neemt, een boek of scenario schrijft, beeldend werk verkoopt of een album opneemt, auteursrechten spelen bijna onvermijdelijk een rol. Tijdens dit basiswebinar gidst onze consulent Stijn jou door de regels:

Meer weten over deze regeling?

Op onze kennisbank vind je meer informatie rond Het roerend inkomen en auteursrechten.