Waarom kiezen voor ondernemen via een rechtspersoon?

ONDERNEMEN VIA EEN RECHTSPERSOON: IEDEREEN HEEFT ZO ZIJN REDENEN

Het nieuwe Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen is in voege vanaf 1 mei 2019. De vennootschapswetgeving en vzw-wetgeving is grondig veranderd. Er is een overgangsperiode voorzien en de regels zullen voor de bestaande vennootschappen in voege treden vanaf 1/1/2020. Maar de algemene motieven om te ondernemen via een rechtspersoon zullen dezelfde blijven.

De redenen om een rechtspersoon/vennootschap op te richten, zijn legio. Zowel voor non-profitactiviteiten als voor handels-ondernemingen en vrije of artistieke beroepen. Dit onderscheid wordt in het economisch recht zelfs niet meer gemaakt. Bepaalde redenen – zowel organisatorische als fiscale – zijn echter niet zo eenduidig als ze op het eerste gezicht lijken. Ook gaat het niet altijd om een samenwerkingsvorm: veel – misschien wel de meeste – rechtspersonen worden louter opgericht om een individuele activiteit te formaliseren, waarbij de andere vennoten slechts een figurantenrol krijgen toebedeeld.

In het nieuwe vennootschapsrecht zal de BV (BVBA van het oude stelsel) en de NV door één persoon kunnen worden opgericht. Naast deze vennootschapsvormen zal nog alleen de cooperatieve vennootschap (CV) en de maatschap met als subcategorie de VOF (vennootschap onder firma) en de commanditaire vennootschap (de vroegere GCV) bestaan. Het begrip “burgerlijke vennootschap” verdwijnt.

Welk reden je ook hebt om via een rechtspersoon te ondernemen, de vraag blijft of het een goede is. En of die reden bijvoorbeeld opweegt tegen:

  • het kostenplaatje (van minstens zo’n 3000 euro per jaar) voor de extra administratie die bij een rechtspersoon komt kijken; en
  • de kosten van de oprichting, waarvoor een notariële akte is vereist (naargelang het vennootschapstype).  

Soms is het een ‘en-en’-verhaal en geeft één reden niet de doorslag. Maar vooral: voor elke goede reden valt wel een ‘ja, maar’ te bedenken. Tijd om een aantal veelvoorkomende redenen voor een rechtspersoon in perspectief te plaatsen:

  1. Je wil je beroep/onderneming strikt gescheiden houden van je privézaken.
  2. Je wil je privébezittingen beschermen tegen schulden en/of faillissement van je onderneming.
  3. Je wil een vennootschap als samenwerkingsvorm voor een gemeenschappelijke doelstelling.
  4. Je hebt geen gezamenlijke doelstelling, maar wil een kostenassociatie.
  5. Bij een vennootschap kan je jouw deel makkelijk – volledig of gedeeltelijk – overdragen door overdracht van aandelen.
  6. Je wil je onderneming kunnen overlaten door overdracht van aandelen in plaats overdracht van het handelsfonds.
  7. Een vennootschap geeft continuïteit aan het vermogensrechtelijk bestaan van je onderneming bij overlijden van een aandeelhouder.
  8. Je bent een individueel creatief ondernemer, maar je bent ook occasioneel initiatiefnemer van grote (non-profit) projecten.
  9. Je streeft naar fiscale optimalisatie in het algemeen.

1. Je wil je beroep/onderneming strikt gescheiden houden van je privézaken

Heb je een vennootschap, dan is er een vermogensrechtelijke scheiding tussen je beroepsactiviteit en je privéleven. Bijgevolg:

  • vallen al je beroepskosten ten laste van je vennootschap;
  • betaal je jezelf, als bestuurder, een loon uit;
  • wordt al je beroepsmateriaal aangekocht door en is eigendom van je vennootschap;
  • kan je (een deel van) je onroerend goed verhuren aan je vennootschap.

Wat als … je getrouwd bent met gemeenschap van goederen?

Inzake huwelijksvermogensrecht heerst wel discussie over de stelling dat niet alle eigendom van de rechtspersoon zomaar wordt onttrokken aan de eventuele huwelijksgemeenschap. Sommige eigendommen van de vennootschap zou je dus als gemeenschappelijke goederen van beide echtgenoten kunnen zien. De vennootschapseigendommen die wél aan de huwelijksgemeenschap worden onttrokken, beperken zich eerder tot ‘het materiaal dat nodig is voor de uitoefening van je beroep’ (cf. artikel 1400 van het Burgerlijk Wetboek). De hamvraag: hoe strikt of ruim moeten we dit interpreteren?

Verworpen kosten

Bij fysieke personen kan de fiscus makkelijk bepaalde kosten volledig of gedeeltelijk verwerpen bij vermoeden van privaat gebruik. Bij een rechtspersoon is dat door de vermogensrechtelijke scheiding tussen privé en beroep in principe onmogelijk (lees meer bij punt 9).

2. Je wil je privébezittingen beschermen tegen schulden en/of faillissement van je onderneming

Voor een onderneming met een hoog financieel risico kies je beter voor een rechtspersoon met beperkte aansprakelijkheid.

In geval van beperkte aansprakelijkheid kunnen de vennoten niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele schulden van de vennootschap. Zij moeten alleen het kapitaal volstorten waartoe ze zich hebben verbonden bij de oprichting. Maar de wetgever voorziet hierop uitzonderingen...

Oprichtersaansprakelijkheid en bestuurdersaansprakelijkheid

De bestuurders van een BV en een CV moeten de vennootschap voorzien van een toereikend aanvangsvermogen, bij gebreke waaraan hun aansprakelijkheid als oprichter kan worden ingeroepen.

In de nieuwe wetgeving heeft het voortzetten van een activiteit zonder redelijk vooruitzicht van continuiteit bestuurdersaansprakelijkheid tot gevolg. (Niet bij kleine VZW met vereenvoudigde boekhouding)

Bestuurdersfouten

Er is  aansprakelijkheid voor vennootschapsschulden wanneer die voortkomen uit bestuurdersfouten. Voorbeelden van dergelijke fouten zijn plichtsverzuim of zelfs fraude.

Word je als bestuurder aansprakelijk gesteld, dan ben je verplicht om een vergoeding te betalen aan de benadeelden voor alle (door jouw fout) geleden schade. Is de benadeelde de rechtspersoon zelf? Dan is er sprake van interne aansprakelijkheid. Gaat het om een of meerdere derden, dan spreken we over externe aansprakelijkheid.

In de nieuwe wetgeving is deze aansprakelijkheid wel beperkt tot een bepaald bedrag, tenzij bij fraude.

Tip:

je kan je laten verzekeren voor het risico ‘bestuurdersaansprakelijkheid’. Die verzekering geldt echter niet bij fraude.

Persoonlijk faillissement van de bestuurder

Bij faillissement van je onderneming kan je als bestuurder ook persoonlijk aansprakelijk worden gesteld door de curator. Zelfs wanneer de bestuurder kwijting werd verleend bij zijn of haar ontslag vóór het faillissement. Dergelijke kwijting vrijwaart een ex-bestuurder immers alleen van de zogeheten interne aansprakelijkheid.

Aansprakelijkheid in de non-profit

Voor non-profit initiatieven kan je onder andere kiezen voor de vzw. Die kent ook geen persoonlijke aansprakelijkheid, maar kan – in principe – niet in hoofdzaak ‘voor eigen zak’ worden gebruikt.

Elke vzw die haar verplichtingen niet nakomt (i.e. het zogenaamde staken van betaling en wankelen van krediet), kan voortaan failliet verklaard worden door de Ondernemingsrechtbank (voorheen Rechtbank van Koophandel). Deze nieuwe regelgeving heeft in het bijzonder gevolgen op de aansprakelijkheid van de bestuurders van de vereniging. Een curator zal namelijk ook nagaan of er fouten werden gemaakt bij het bestuur van de vereniging. Als dit het geval is, dan zullen deze bestuurders aangesproken worden.

Als bij een vzw persoonlijke verrijking in het spel is, dan kan de bestuurder van de bewuste vzw-dekmantel niet alleen aansprakelijk worden gesteld voor de schulden, maar zelfs failliet worden verklaard, als de rechtbank oordeelt dat hij/zij als ondernemer optrad.

De vzw en bestuurdersaansprakelijkheid

Ook de vzw kent bestuurdersaansprakelijkheid. Je zal bovendien sneller aansprakelijk worden gesteld voor bestuurdersfouten, wanneer men vermoedt dat je je vzw gebruikt om handel te drijven voor louter persoonlijk gewin. 

3. Je wil een vennootschap als samenwerkingsvorm voor een gemeenschappelijke doelstelling (mogelijks tijdelijk)

Een samenwerking voor een gezamenlijke activiteit formaliseren: het is een van de meest vanzelfsprekende redenen om een rechtspersoon op te richten. Naast het financiële risico kies je het type vennootschap dan weer vooral in functie van:

  • de aard van je onderneming;
  • de gewenste duurzaamheid; en
  • de soepelheid van in- en uittrede van de vennoten of leden.

Bij het opstellen van de statuten zal vooral de afzet- en verkiesbaarheid van bestuurders of zaakvoerders een belangrijk aandachtspunt zijn. Hetzelfde geldt voor de overdracht van aandelen.

Rechtspersonen in de non-profit

Met een rechtspersoon voor non-profitwerking kan je vrijwilligers inschakelen, wat onmogelijk is als privépersoon of gewone rechtspersoon.  Er zijn verschillende opties. Denk bijvoorbeeld aan een vzw of zelfs een stichting;

Het vermogen van een vzw kan niet terugkeren naar hen die ertoe hebben bijgedragen. De vzw kan ook geen winsten uitkeren (daar zijn boetes tot 309% aan verbonden). Iedere betaling die niet gedocumenteerd is, kan worden beschouwd als een ongeoorloofde winstuitkering. En bij ontbinding gaat het volledige vermogen naar een andere vzw met een soortgelijke doelstelling. Vennootschappen met sociaal oogmerk (vso’s) zullen vermoed worden een coöperatieve vennootschap erkend als sociale onderneming (CVSO) te zijn. Ze kunnen in beperkte vorm zelfs een dividend uitkeren. Bij ontbinding van de CVSO krijgen de vennoten bovendien de nominale waarde van hun volgestorte aandelen terug. Vervolgens gaat het positief saldo van de vereffening van de rechtspersoon naar een gelijkaardig doel zonder winstbejag, zoals bij een vzw. 

4. Je hebt geen gezamenlijke doelstelling, maar wil een kostenassociatie

Het delen van werkingsinfrastructuur – zoals kantoren, receptiepersoneel en werktuigen – die je nooit voltijds of volledig zal bezetten: het kan erg handig zijn voor beginnende creatieve ondernemers, vrije beroepers en dienstverlenende ondernemingen zonder gezamenlijke doelstelling. De voordelen laten zich raden:

  • de persoonlijke overheadkosten blijven beperkt;
  • het financiële rendement van de activiteit verhoogt.

Voor wie?

Alle rechtspersoonsvormen – zelfs de vzw – kunnen een kostenassociatie oprichten onder voorwaarde dat de vennoten/leden een persoonlijke zelfstandige activiteit uitvoeren. De inkomsten van deze ‘nieuwe’ rechtspersoon beperkt zich dan tot de bijdragen van de zogeheten ‘geassocieerden’.

5. Bij een vennootschap kan je jouw deel makkelijk – volledig of gedeeltelijk – overdragen door overdracht van aandelen

Zowel de vrijheid als de mogelijke vormen van aandelenoverdracht hangen af van het type vennootschap en de statuten. Daarin wordt immers de inspraak van je medevennoten geregeld. Die gaat van nagenoeg vrije overdraagbaarheid bij een naamloze vennootschap (nv) tot heel beperkte overdraagbaarheid bij een vennootschap onder firma (vof).

Is het bijvoorbeeld je bedoeling om slechts in de opstartfase van de onderneming aandeelhouder te blijven? Kies je type vennootschap dan zeker in functie van die optiek en/of voorzie in de statuten dat je het recht op aandelenoverdracht makkelijk kan uitoefenen.

6. Je wil je onderneming kunnen overlaten door overdracht van aandelen in plaats overdracht van het handelsfonds

Een natuurlijk persoon kan vennootschapsaandelen overdragen bij wijze van normaal beheer van zijn of haar privépatrimonium. In dat geval betaal je geen belasting op de meerwaarde, behalve als er sprake is van een speculatief karakter (belast met 33%). Laat je een belangrijke participatie over aan een buitenlandse rechtspersoon? Dan betaal je 16,5% op de meerwaarde.

Dit in tegenstelling tot het overlaten van een handelsfonds waarbij je wel belasting betaalt op de meerwaarde tussen de boekhoudkundige waarde en de werkelijke verkoopprijs.

Alle aandelen van je vennootschap overlaten, heeft echter meer voordelen:

  • Alle contracten met de vennootschap lopen automatisch door (de contractant wijzigt immers niet). Bij overname van een handelsfonds bestaat daarentegen het risico dat de verhuurder de overdracht van de handelshuur weigert aan de overnemer. Dat kan om bepaalde redenen, zoals een recente vernieuwing van de huur. Sommige contracten kunnen bij aandelenoverdracht echter wel een opzegrecht voorzien in het geval van managementwijzigingen, herstructureringen, fusies enzovoort bij de medecontractant.
     
  • Je bent – indien je dat wenst – volledig van je onderneming verlost. Dat is niet het geval bij een gewone overdracht van het handelsfonds. Daarbij wordt immers een handelshuurovereenkomst overgenomen. Wat vaak vergeten wordt, is dat je dan solidair aansprakelijk blijft voor eventuele achterstallige huur.

Let wel: er zijn nog steeds risico’s verbonden aan de overname van een handelszaak via overdracht van aandelen. Daarom is het altijd mogelijk dat de kandidaat-overnemer toch de voorkeur geeft aan de overname van het handelsfonds.

 

7. Een vennootschap geeft continuïteit aan het vermogensrechtelijk bestaan van je onderneming bij overlijden van een aandeelhouder

Komt een van de aandeelhouders te overlijden, dan wordt de vennootschap in de meeste gevallen niet automatisch ontbonden. 

8. Je bent een individueel creatief ondernemer, maar je bent ook occasioneel initiatiefnemer van grote (non-profit) projecten

Bij het uitvoeren van een omvangrijk artistiek project is het aangewezen om het financiële management en de fiscaliteit strikt gescheiden te houden van je eenmanszaak. Daarom kan je beter over een non-profit rechtspersoon beschikken. Andere voordelen:

  • Een non-profitrechtspersoon is vooral belangrijk als je subsidies krijgt van de overheid voor je project. Bovendien speelt het soms in je voordeel of is het zelfs een must om die felbegeerde subsidies te verkrijgen.
  • Om eventuele btw-vrijstelling “kleine onderneming” te behouden, mag de omzet van individuele ondernemers een bepaald grensbedrag niet overschrijden. Door het artistiek project via een rechtspersoon uit te voeren, behouden ze hun individuele recht op vrijstelling.

Vrijwilligers

Via non-profit rechtspersonen kan je vrijwilligers inschakelen voor de uitvoering van je project. Iets wat onmogelijk is als privaatpersoon of gewone rechtspersoon. Een belangrijk voordeel, want artistieke projecten hebben vaak de goodwill van derden nodig om de productie rond te krijgen.

 

9. Je streeft naar fiscale optimalisatie in het algemeen

Rond vennootschappen heerst een hardnekkige mythe. Zo wordt vaak beweerd dat je met een vennootschap minder belastingen betaalt. Maar klopt dat wel? Om die vraag te beantwoorden, moeten we eerst de definitie van vennootschapsbelastingen er bijnemen.

Vennootschapsbelastingen zijn belastingen op de winst van je vennootschap, niet op jouw persoonlijke inkomsten. Ze vormen dus geen alternatief voor de personenbelasting. Want alles wat de vennootschap aan jou persoonlijk uitkeert, wordt nog eens apart belast via je personenbelasting.

Kortom: er is geen direct fiscaal voordeel voor jezelf weggelegd bij het voeren van een vennootschap, maar veeleer een risico op dubbele belasting, als je winsten van de vennootschap laat staan die toch achteraf voor eigen zak zijn bestemd.

De verminderde belastingvoet in perspectief geplaatst

De maximale belastingvoet ligt wel een pak lager bij vennootschapsbelasting. Die bedraagt maximaal 29,58 % en kan onder bepaalde voorwaarden eventueel worden verlaagd. Een van die voorwaarden is een jaarlijks bestuurdersloon van minstens 45.000 euro bruto.

Aan die lagere belastingvoet voor de vennootschap is eigenlijk slechts één voordeel verbonden. De maximale belasting op de winst – waarmee jouw vennootschap later eventueel investeert – ligt lager dan wanneer je die winst op je persoonlijke naam zou hebben gerealiseerd en je dus meer geld over voor je uitgaven van het volgende boekjaar.

Enkele échte fiscale voordelen op een rij

Ø  Tantièmes om de vennootschapsbelasting te beïnvloeden

Na het afsluiten van het boekjaar in de jaarlijkse algemene vergadering kan je beslissen om een tantième uit te betalen aan een bestuurder. Zo’n tantième wordt als loon beschouwd en is – in tegenstelling tot deelname in de winst – uitsluitend voorbehouden voor de bestuurder.

Een tantième is een aftrekbare kost voor het voorbije boekjaar, maar wordt voor de bestuurder slechts belastbaar voor het jaar waarin het tantième wordt uitbetaald. Een tantième in boekjaar 2014 kan voor de bestuurder zelfs onder inkomsten voor 2016 vallen. Dit moet gewoon in de notulen worden vermeld.

Een tantième toepassen kan twee voordelen opleveren:

  1. Tantièmes worden als bezoldiging beschouwd. Het gevolg? Een tantième verhoogt je loon als bestuurder, waardoor je – indien nodig – aan een belangrijke voorwaarde kan voldoen om een verminderde belastingvoet te bekomen voor de vennootschapsbelasting. Immers: om die te bekomen moet er onder meer sprake zijn van een totaal bestuurdersjaarloon van ruim 45.000 euro.
     
  2. Een tantième vermijdt een soort van dubbele belasting, indien de winst toch al was voorbestemd om in handen van een bestuurder te komen. Het gaat in feite om een verschuiving van de belastbaarheid naar de bestuurder. Dat is alleen nuttig als de winsten niet zijn voorbestemd voor investeringen of uitgaven.

Ø  Bedrijfsuitgaven

Bedrijfskosten kunnen (in de meeste gevallen) volledig worden afgetrokken. De voorwaarde: ze moeten verband houden met de activiteit van de vennootschap.

Een belangrijke grijze zone? Bepaalde vennootschapseigendommen of diensten die door vennootschap worden ingehuurd, zou je naast professioneel ook privaat kunnen gebruiken. De fiscus kan die ‘mogelijkheid’ beschouwen als een voordeel in natura, zowel voor het personeel als voor de bestuurders. In dat geval wordt het belast in de personenbelasting van de betrokken partijen.

Betaalt je vennootschap de sociale bijdragen van de vennoten? Dan vormt dit een aftrekbare kost. Fiscaal wordt het echter gezien als een belastbare inkomst van de betrokken vennoten. De hoofdschuldenaar van de sociale bijdrage is immers de vennoot, niet de vennootschap. Die is slechts solidair aansprakelijk.

Ø  De notionele intrestaftrek

Om een investering te financieren, kan je in eerste instantie gebruikmaken van vreemd vermogen (een lening bij de bank bijvoorbeeld). Daarbij zijn de intresten fiscaal aftrekbaar.

Rechtspersonen die gebruik maken van het eigen vermogen kunnen echter ook genieten van de notionele intrestaftrek. Dit is de fiscale aftrek van een fictieve rente op het gebruik van het eigen vermogen voor dergelijke financiering.

Ø  Uitbetaling in auteursrechten aan werkende vennoten

In de creatieve sector kan je, als werkende vennoot, auteursrechten schriftelijk overdragen aan de vennootschap en daarvoor een vergoeding krijgen. Fiscaal valt die vergoeding niet onder beroepsinkomsten – op voorwaarde dat ze onder een bepaalde grens blijft – en wordt ze zo dus minder belast. Tegen een vaste belastingvoet van 15%, om precies te zijn.

De bezoldiging van de zaakvoerder kan nooit auteursrechten bevatten. Dat is wél mogelijk voor contractueel vastgelegde creatieve diensten die worden verleend aan de vennootschap. De verhouding ‘70% loon – 30% auteursrechten’ kan je daarbij als aanvaardbare verdeelsleutel hanteren.

Opgelet: hier lichten we slechts de tip van de sluier van de fiscaliteit rond een vennootschap. Deze zijn een pak complexer en uitgebreider en kunnen sterk variëren naar gelang de specifieke situatie van elke onderneming. Voor meer informatie over interessante opties voor jouw activiteit: raadpleeg een fiscalist.

x

Cookies

This website uses both functional and non-functional cookies. For the placement and reading of non-functional cookies, we require your prior consent; for functional cookies. You can change the use of cookies later and adjust your preferences.
More info in our Cookie Policy.
I agree