Kun je je inkomen uit een artistieke activiteit combineren met een ziekte- of invaliditeitsuitkering?

Je kunt een inkomen uit je artistieke activiteit combineren met een ziekte- en invaliditeitsuitkering. 

Heb je recht op een ziekte- of invaliditeitsuitkering als je een vergoeding ontvangt via de kleine vergoedingsregeling voor kunstenaars? 

Je moet vooraf de toelating vragen aan je adviserende geneesheer om artistieke prestaties te verrichten als de prestaties niet kaderen in vrijwilligerswerk. Ook als het wel om vrijwilligerswerk gaat, kun je beter je adviserende geneesheer vooraf contacteren.

De vergoeding die je ontvangt in het kader van de kleine vergoedingsregeling in ruil voor de artistieke prestaties beschouwt het Rijksinstituut voor Ziekte- en invaliditeitsuitkering (RIZIV) niet als een beroepsinkomen. Ze heeft dus geen invloed op het bedrag van je uitkering.

Heb je als werknemer recht op een ziekte- of invaliditeitsuitkering als je daarnaast voor je artistieke prestaties een inkomen als werknemer of als zelfstandige ontvangt? 

Je mag een werkzaamheid hervatten die met jouw gezondheidstoestand verenigbaar is als je daarvoor de toestemming hebt van de adviserende geneesheer van het ziekenfonds. Het inkomen uit die toegelaten artistieke activiteit mag je cumuleren met je ziekte- of invaliditeitsuitkering. Het heeft wel een invloed op het bedrag van je uitkeringen als het beroepsinkomsten zijn.
Opgelet! Het RIZIV beschouwt ook inkomsten uit een occasionele activiteit (diverse inkomsten) of inkomsten uit de exploitatie van auteursrechten als beroepsinkomsten. Het RIZIV houdt dus ook rekening met die inkomsten om je uitkering te bepalen.

  • Combinatie met een inkomen als werknemer: als je vroeger gewerkt hebt als werknemer en momenteel een ziekte- of invaliditeitsuitkering ontvangt, kun je die uitkering combineren met een inkomen voor je artistieke prestaties als werknemer. Dat werknemersinkomen heeft wel een invloed op het bedrag van je uitkering. Hoeveel je werkelijk aan uitkeringen behoudt, is afhankelijk van de hoogte van jouw brutoinkomen na aftrek van de sociale zekerheidsbijdragen. De aanrekening van jaarlijkse voordelen (zoals eindejaarspremie) wordt gespreid over de 4 kwartalen, volgend op het kwartaal waarin het voordeel werd betaald.
    Het inkomen wordt verdeeld in inkomensschijven van 11,0441 euro waaraan een percentage wordt gekoppeld dat geleidelijk stijgt en dat wordt afgetrokken van het dagbedrag van de uitkering:
    • Overschrijding van de eerste schijf van 11,0441 euro: 0 % ingehouden.
    • Overschrijding van de tweede schijf van 11,0441 euro: 25 % ingehouden.
    • Overschrijding van de derde schijf van 11,0441 euro: 50 % ingehouden.
    • Daarboven wordt 75 % ingehouden.
  • Combinatie met inkomen als zelfstandige: als je vroeger gewerkt hebt als werknemer en momenteel een ziekte- of invaliditeitsuitkering ontvangt, kun je die uitkering combineren met een inkomen voor je artistieke prestaties als zelfstandige. Dat zelfstandige inkomen heeft wel een invloed op het bedrag van je uitkering. Er wordt rekening gehouden met het nettobelastbare inkomen (het brutoinkomen na aftrek van de beroepskosten). Dat bedrag wordt dan vermenigvuldigd met 100/80sten. De zelfstandige kunstenaar moet een maandelijkse verklaring van inkomen invullen waarop hij het bedrag aan inkomen vermeldt dat hij verdiend heeft uit de activiteit voor de voorbije maand. Ook in dat geval wordt het inkomen verdeeld in inkomensschijven van 11,0441 euro.

Voorbeeld: de kunstenaar krijgt toestemming van de adviserende geneesheer om op te treden als zanger. Hij heeft een arbeidsongeschiktheidsuitkering van 40 euro per dag. 

  • Veronderstel dat hij die activiteit verricht als werknemer:
    Hij verwerft uit die artistieke activiteit op maandbasis een loon van 500 euro. De sociale zekerheidsbijdragen worden hierop in mindering gebracht (13,07 %). Blijft over: 434,65 euro. Het dagbedrag van het inkomen bedraagt: 434,65 euro / 26 = 16,72 euro en wordt onderverdeeld in de inkomensschijven:
    • Van de eerste schijf van 11,0441 euro wordt niets afgetrokken.
    • Van de tweede schijf van 5,67 euro wordt 25 % ingehouden = 1,41 euro. Dat bedrag zal van de daguitkering worden afgetrokken.
      Het dagbedrag van de uitkering is dus: 40 euro – 1,41 euro = 38,59 euro.
  • Veronderstel dat hij die activiteit verricht als zelfstandige in bijberoep:
    Hij houdt uit die artistieke activiteit op maandbasis een inkomen over van 500 euro, na aftrek van de beroepskosten. 20 % wordt in mindering gebracht voor de sociale zekerheidsbijdragen. Blijft over: 400 euro. Het dagbedrag van het inkomen bedraagt: 400 euro / 26 = 15,38 euro en wordt onderverdeeld in hoger vermelde inkomensschijven:
    • Van de eerste schijf van 11,0441 euro wordt niets afgetrokken.
    • Van de tweede schijf van 4,33 euro wordt 25 % ingehouden = 1,08 euro. Dat bedrag zal van de daguitkering worden afgetrokken.
      Het dagbedrag van de uitkering is dus: 40 euro – 1,08 euro = 38,92 euro.

Heb je als zelfstandige recht op een ziekte- of invaliditeitsuitkering als je daarnaast voor je artistieke prestaties een inkomen als werknemer of als zelfstandige ontvangt? 

Als zelfstandige moet je tijdens de periode van arbeidsongeschiktheid in principe alle taken stopzetten die verband houden met je zelfstandige beroepsbezigheid (die je vóór de ongeschiktheid waarnam). Maar de rechtspraak is hier soepeler. ‘Minieme taken’ voortzetten die geen ‘reële arbeid’ uitmaken, is geen probleem. De aard en omvang van het bedrijf zijn ook belangrijk om uit te maken of de taken al dan niet ‘miniem’ zijn.

Je kunt een deel van de beroepsactiviteit die je uitoefende op het ogenblik van de ongeschiktheid terug opnemen als je daarvoor de toestemming hebt van de adviserende geneesheer van het ziekenfonds. De geneesheer kan wel enkel zijn toestemming geven als de eerste maand arbeidsongeschiktheid voorbij is en maximaal voor 6 maanden. Op aanvraag kan die periode van 6 maanden tweemaal worden verlengd. De volledige periode mag nooit meer dan 18 maanden bedragen.

De geneesheer kan ook toestemming geven om een andere beroepsbezigheid (niet noodzakelijk als zelfstandige) aan te vangen.
Voorbeeld: wanneer de kunstenaar vóór zijn ongeschiktheid geen artistieke activiteit, maar een ander activiteit als zelfstandige uitoefende, kan hij toestemming vragen om een artistieke activiteit aan te vangen.

De toestemming kan maar worden verleend voor een periode van maximaal 6 maanden. Zij kan één maal met een periode van 6 maanden verlengd worden.

Een volledige cumulatie van de arbeidsongeschiktheidsuitkering en het beroepsinkomen is toegelaten. Na een periode van 6 maanden wordt de uitkering verminderd met 10 %. Als je jouw activiteit zou stopzetten en nadien nog verder van het inkomen zou genieten uit jouw vroegere activiteit, dan wordt de uitkering niet meer verminderd met 10 %.

Volgens het RIZIV valt ook een activiteit die niet wordt uitgeoefend als werknemer, als zelfstandige of als ambtenaar onder ‘beroepsbezigheid’ (zoals een boek schrijven en publiceren tegen een vergoeding van auteursrechten of een artistiek project realiseren met subsidies). Je vraagt dus het best ook vooraf toestemming om een dergelijke activiteit te starten. Volgens het RIZIV vermindert je uitkering na 6 maanden ook door die inkomsten.