Waar moet je je beroepsinkomsten invullen op je belastingaangifte?
Als zelfstandige maak je voor je diensten een factuur op of ontvang je een fiche 281.50 van je opdrachtgever. Die fiscale fiche moet je niet toevoegen bij je belastingaangifte.
In principe word je beschouwd als een vrij beroeper als je inkomsten alleen uit je artistieke activiteit komen. Je inkomsten zijn dan ook belastbaar als baten (code 1650-96/2650-66 van de belastingaangifte). Maar misschien ben je niet alleen kunstenaar, maar ook handelaar. Dat is bijvoorbeeld het geval als je als kunstschilder ook schilderijen van andere kunstenaars verkoopt of een winkel met schilderbenodigdheden hebt. Je wordt dan beschouwd als handelaar. Je inkomsten zijn belastbaar als winsten (code 1600-49/2600-19 van de belastingaangifte).
Winsten zijn belastbaar op het moment dat je je inkomsten kunt opeisen (bijvoorbeeld als de factuur is verzonden, zelfs als hij nog niet is betaald). Baten daarentegen zijn maar belastbaar op het moment dat je het geld ontvangen hebt (bijvoorbeeld als de factuur daadwerkelijk is betaald).
Als je inkomsten zich dus beperken tot je eigen artistieke activiteit, zijn de inkomsten baten. Alle inkomsten die je dat jaar hebt ontvangen, moet je invullen op de voorbereiding van je aangifte in:
Deel 2 van de belastingaangifte, Vak XVIII. Baten van vrije beroepen, ambten, posten of andere winstgevende bezigheden
Code 1650-96/2650-66: je inkomsten
Code 1668-78/2668-48: de totale inkomsten verkregen als zelfstandige in bijberoep
(belastingaangifte)
Heb je geen deel 2 ontvangen? Neem dan contact op met je belastingadministratie om het aan te vragen.
Moet je werkelijke of forfaitaire kosten inbrengen?
Als kunstenaar kun je forfaitaire of werkelijke kosten (bijvoorbeeld om een instrument of materiaal te kopen) in mindering brengen. Je kunt dus kiezen uit 2 systemen om je kosten in mindering te brengen. Dat kan elk jaar opnieuw en voor elk inkomen apart.
-
Forfaitaire kosten: als je geen kosten invult, zal de fiscus automatisch forfaitaire kosten in aftrek nemen. Die forfaitaire kosten worden jaarlijks geïndexeerd en vind je in de bijlage van je belastingaangifte.
Voor inkomstenjaar 2011 bedraagt de forfaitaire kostenaftrek maximaal 3.670 euro en wordt deze als volgt berekend voor baten (niet voor winsten):
|
Inkomsten |
Forfaitair kostenpercentage |
|
Van 0,01 tot 5.300 euro |
28,7 % |
|
Van 5.300 tot 10.530 euro |
10 % |
|
Van 10.530 tot 17.530 euro |
5 % |
|
Van 17.530 tot 60.060 euro |
3 % |
|
Boven 60.060 euro |
/ |
Voor inkomstenjaar 2012 bedraagt de forfaitaire kostenaftrek maximaal 3.790 euro en wordt deze als volgt berekend voor baten (niet voor winsten):
|
Inkomsten |
Forfaitair kostenpercentage |
|
Van 0,01 tot 5.490 euro |
28,7 % |
|
Van 5.490 tot 10.910 euro |
10 % |
|
Van 10.910 tot 18.150 euro |
5 % |
|
Van 18.150 tot 58.685 euro |
3 % |
|
Boven 58.685 euro |
/ |
-
Werkelijke kosten: je moet kunnen aantonen dat de kosten die je in aftrek neemt, voldoen aan de definitie van beroepskosten. Er zijn 3 voorwaarden:
-
‘Tijdens het belastbaar tijdperk zijn gedaan of gedragen’:
Breng je kosten dus hetzelfde jaar in mindering op je inkomsten. Het is niet noodzakelijk dat die kosten zijn gedaan om inkomsten te verkrijgen in hetzelfde jaar waarin de kosten zijn gedaan.
Sommige kosten (bijvoorbeeld de aankoop van een piano) hebben een bepaalde gebruiksduur. De totaalprijs van die kosten breng je niet in het jaar van aankoop in mindering, maar verdeel je over het aantal jaar dat de aankoop meegaat. -
‘Kosten om de belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden':
Er moet een band bestaan tussen de kost (bijvoorbeeld de verplaatsingskost naar optredens of de publiciteitskosten) en het beroepsinkomen. Privé-uitgaven zijn dus niet aftrekbaar. Gemengde uitgaven (deels privé, deels beroeps) kunnen enkel voor het beroepsgedeelte in mindering worden gebracht. -
'De echtheid en het bedrag van kosten bewijzen':
Dat kan aan de hand van facturen, overschrijvingen of tickets. Vraag dus telkens een bewijs als je kosten maakt. Koop je materiaal van iemand die geen facturen kan maken, bijvoorbeeld een privépersoon? Vraag dan een gedetailleerd betalingsbewijs op naam. De kosten waarvan de echtheid vaststaat, maar waarvan je het bedrag niet kunt aantonen door bewijsstukken, mogen in overleg met de plaatselijke belastingdienst op een redelijk, vast bedrag worden geschat. Als er een dergelijk individueel akkoord bestaat, kan de belastingdienst dat akkoord enkel voor de toekomst opzeggen.
Voorbeelden van werkelijke kosten:- sociale bijdragen;
- autokosten;
- internet;
- gebruik van onroerend goed voor beroepsdoeleinden, bijvoorbeeld een atelier;
- kledij: enkel voor specifieke beroepskledij;
- representatiekosten zoals restaurantkosten, relatiegeschenken;
- telefoonkosten als je kunt aantonen dat de ingebrachte telefoonkosten verband houden met de uitoefening van het beroep;
- exploitatiemateriaal: klein materiaal (< 250 euro) mag je in één keer aftrekken. Materiaal dat je duurzaam gebruikt, schrijf je af. Je moet dus de aankoopprijs spreiden in de tijd. De aankoop van een computer moet je over 3 jaar afschrijven, de aankoop van een auto moet je afschrijven over 5 jaar;
- kosten boekhouder, fiscalist, advocaat;
- reclamekosten;
- cursussen, stages;
- vakliteratuur en benodigdheden, bijvoorbeeld cd's of concerten bij muzikanten;
- sociale bijdragen.
-
‘Tijdens het belastbaar tijdperk zijn gedaan of gedragen’:
Let op als je jouw woning gebruikt voor beroepsdoeleinden en die kosten wilt inbrengen!
Als je een woning huurt, moet je telkens nakijken of dat wel toegelaten is in je huurovereenkomst (in veel huurovereenkomsten wordt dat verboden). Als je jouw huurkosten aftrekt, moet je een bijlage bij je belastingaangifte toevoegen waarop je volgende gegevens vermeldt:
- adres en aard (bijvoorbeeld atelier, bureau) van het pand;
- naam en adres van de eigenaar van het pand;
- totaal bedrag van huurkosten (als je het pand voor privé- en beroepsdoeleinden gebruikt, moet je de kosten uitsplitsen).
Op die bijlage moet je de datum en jouw naam noteren en ondertekenen.
Heb je een woning gekocht? Houd er dan rekening mee dat bij verkoop van de woning de meerwaarde wordt belast.
Tip! Houd gedurende één jaar alle kosten bij die je maakt om beroepsinkomsten te verwerven. Reken op het einde van het jaar de kosten uit. Is dat bedrag hoger dan de forfaitaire kosten? Dan is het voordeliger om je werkelijke kosten in aftrek te nemen.
Kun je het volledige bedrag van je kosten in aftrek nemen?
Staan de kosten volledig in verband met je beroepsactiviteit? Dan kun je het totale bedrag in aftrek nemen. Als dat niet het geval is, moet je schatten in welke mate je de uitgave gebruikt voor beroepsdoeleinden enerzijds en voor privédoeleinden anderzijds.
Voorbeeld: je gebruikt je gsm vooral voor telefoontjes voor je werk, maar soms ook om naar je familie en vrienden te bellen. In dat geval zul je bijvoorbeeld 80 % van je gsm-rekeningen in aftrek kunnen nemen (de andere 20 % vertegenwoordigt de telefoontjes naar je familie en vrienden).
Opgelet! Sommige kosten zijn volgens jou misschien wel voor het volledige bedrag voor beroepsdoeleinden, toch zijn ze maar beperkt aftrekbaar:
- restaurantkosten: voor 69 % aftrekbaar (75 % in de toekomst);
- relatiegeschenken en receptiekosten: voor 50 % aftrekbaar;
- meeste autokosten: voor 75 % aftrekbaar (ook brandstofkosten vanaf inkomstenjaar 2010), enkel mobilofoon en financiering zijn voor 100 % aftrekbaar. Let wel: de beperking van 75 % geldt niet voor bijvoorbeeld bestelwagens of motorfietsen.
De aftrek van vervoerskosten is nog specifieker.
-
Neem je het openbaar vervoer, gebruik je de fiets voor je werk of ga je te voet naar je werk en trek je jouw werkelijke kosten af? Dan moet je onderscheid maken tussen volgende posten:
- Privé: niet aftrekbaar.
-
Woon-werk: als je opteert om je vervoerskosten af te trekken, kun je de kosten van die verplaatsingen op 2 manieren aantonen:
- Forfaitaire kosten van 0,15 euro/km of 0,20 euro/km (fiets) voor maximaal 200 km per werkdag. Tip! Als je werkelijke kosten lager liggen dan 0,15 of 0,20 euro/km is het voordeliger om die kostenaftrek toe te passen.
- Werkelijke kosten zoals de kosten van je treinabonnement (onbeperkt).
- Werk-werk: werkelijke kosten zoals de kosten van je treinticket (onbeperkt).
-
Gebruik je je eigen auto om je te verplaatsen voor beroepsdoeleinden? Dan moet je volgend onderscheid maken:
- Privé: niet aftrekbaar.
-
Woon-werk: als je opteert om je vervoerskosten af te trekken, worden de kosten van de verplaatsingen forfaitair vastgesteld op 0,15 euro/km.
Dit forfait omvat alle rechtstreekse en onrechtstreekse kosten van je wagen (bijvoorbeeld garagekosten, benzine, autokeuring enzovoort), uitgezonderd de kosten van de financiering en mobilofoon. In tegenstelling tot verplaatsingen met het openbaar vervoer, wordt dat forfait niet beperkt tot een maximale aftrek van 200 km per werkdag.
Het forfait kan wel niet gebruikt worden voor verplaatsingen met de motorfiets of bestelwagens. -
Werk-werk: werkelijke kosten (voor 75 % aftrekbaar (ook brandstofkosten vanaf inkomstenjaar 2010), enkel de kosten voor financiering en mobilofoon zijn voor 100 % aftrekbaar). Als je de kosten voor je brandstof niet kunt bewijzen (bijvoorbeeld bewijsstukken van benzinestations), kun je een beroep doen op volgende formule om die kosten in aftrek te nemen:
km / gemiddeld verbruik = aantal liter x gemiddelde prijs per liter:- super 95 = 1,4555 euro;
- super 98 = 1,4802 euro;
- diesel = 1,2018 euro;
- LPG = 0,5894 euro (kosten bepaald voor inkomstenjaar 2010).
Op de website van het ministerie van financiën vind je een gedetailleerd overzicht met de precieze voorwaarden en uitgewerkte voorbeelden.
Hoe moet je de werkelijke kosten invullen op je belastingaangifte?
Als je werkelijke kosten aftrekt, moet je dat invullen op de voorbereiding van je aangifte in:
Deel 2, Vak XVIII. Baten van vrije beroepen, ambten, posten of andere winstgevende bezigheden
Code 1657-89/2657-59: het totale bedrag van je beroepskosten
Code 1656-90/2656-60: de betaalde sociale bijdragen
(Belastingaangifte)
Van de betaalde sociale bijdragen krijg je van je sociaal verzekeringsfonds (Xerius, SVMB, Acerta enzovoort) een attest. Dat moet je aan je belastingaangifte toevoegen.
Je moet bij je belastingaangifte een bijlage toevoegen, waarin je opschrijft welke posten (vervoer, woning, materialen enzovoort) je in aftrek neemt en voor welk bedrag. Op die bijlage moet je de datum en je naam noteren en ondertekenen. Het is niet nodig alle bewijsstukken (zoals facturen of tickets) toe te voegen bij je belastingaangifte. Je hebt ze alleen nodig als je een belastingcontrole hebt en de belastinginspecteur de stukken opvraagt.
Kunnen je kosten hoger zijn dan je inkomsten? Kun je verlies maken?
-
Als je verlies lijdt als zelfstandige (je kosten zijn hoger dan je inkomsten), dan wordt dat verlies in mindering gebracht van je andere beroepsinkomsten (bijvoorbeeld je werknemersinkomsten).
Voorbeeld: je werkt als leerkracht (werknemer) en als muzikant (zelfstandige in bijberoep). Als muzikant had je veel kosten, maar weinig inkomsten. Het verlies van je zelfstandige artistieke activiteit wordt dan afgetrokken van je inkomsten als leerkracht. Je betaalt dus minder belastingen.
- Als je andere beroepsinkomsten niet voldoende zijn, wordt het verlies afgetrokken van de inkomsten van je echtgenoot.
-
Als die inkomsten niet voldoende zijn, wordt het verlies afgetrokken van je toekomstige beroepsinkomsten zonder beperking in de tijd. De verliezen die je niet eerder kon aftrekken, worden ingevuld op de voorbereiding van je aangifte in:
Deel 1, VII. Vorige verliezen en aftrekbare bestedingen
Rubriek 1. Nog aftrekbare beroepsverliezen van vorige belastbare tijdperken, b) Andere
Code 1349-09/2349-76: niet eerder afgetrokken verliezen
Hoeveel belastingen moet je op je beroepsinkomsten betalen?
De beroepsinkomsten zijn onderworpen aan een progressief tarief voor de inkomsten van 2012 (aanslagjaar 2013):
|
Inkomstenschijven |
Percentage |
Belasting per schijf |
Totale belasting |
|
Van 0,01 tot 8.350 euro |
25 % |
2.087,5 euro |
2.087,5euro |
|
Van 8.350 tot 11.890 euro |
30 % |
1.062 euro |
3.149,5 euro |
|
Van 11.890 tot 19.810 euro |
40 % |
3.168 euro |
6.317,5 euro |
|
Van 19.810 tot 36.300 euro |
45 % |
7.420,5 euro |
13.738 euro |
|
Boven 36.300 euro |
50 % |
|
|
Voor inkomstenjaar 2011 (aanslagjaar 2012) is dit:
|
Inkomstenschijven |
Percentage |
Belasting per schijf |
Totale belasting |
|
Van 0,01 tot 8.070 euro |
25 % |
2.017,5 euro |
2.017,5 euro |
|
Van 8.070 tot 11.480 euro |
30 % |
1.032 euro |
3.049 euro |
|
Van 11.480 tot 19.130 euro |
40 % |
3.060 euro |
6.109 euro |
|
Van 19.130 tot 35.060 euro |
45 % |
7.168,5 euro |
13.277,5 euro |
|
Boven 35.060 euro |
50 % |
|
|
Voor iedereen geldt daarnaast een belastingvrije som: 6.800 euro (hogere belastingvrije som voor lagere inkomens, maximaal 7.070 euro) (inkomstenjaar 2012) als basis plus eventueel volgens aantal kinderen:
- 1 kind: 1.440 euro;
- 2 kinderen: 3.720 euro;
- 3 kinderen: 8.330 euro;
- 4 kinderen: 13.480 euro;
- Meer dan 4 kinderen: 13.480 euro + 5.150 euro per extra kind.
Voor inkomstenjaar 2011 bedraagt de belastingvrije som 6.570 euro (belastingvrije som voor lagere inkomens, maximaal 6.830 euro) als basis plus eventueel volgens aantal kinderen:
- 1 kind: 1.400 euro;
- 2 kinderen: 3.590 euro;
- 3 kinderen: 8.050 euro;
- 4 kinderen: 13.020 euro;
- Meer dan 4 kinderen: 13.020 euro + 4.970 euro per extra kind.

