Welke rechtspersoon kiezen?

Een not for profit vzw/stichting of een commerciële vennootschap?

In de afweging of men zijn activiteiten wenst te organiseren als vereniging (VZW) of vennootschap (BVBA, NV, CVBA, ), dient men rekening te houden met verschillende aspecten zoals onder meer oprichtingsformaliteiten, fiscale aangelegenheden, enz.
De voornaamste afweging is wellicht of men al dan niet de bedoeling heeft om de winst uit te keren als dividend aan de in deze structuur betrokken personen. Is dit het geval, dan zal men sowieso genoodzaakt zijn om een vennootschap op te richten in plaats van een vereniging. Immers, de winst die een vereniging genereert (in wezen het positief saldo op de inkomsten en uitgaven) moet immers binnen de vereniging blijven en gebruikt worden voor het financieren van haar verdere activiteiten.
Men moet er zich bij de keuze ook ten zeerste van bewust zijn dat de middelen die de vzw verwerft nooit naar de leden kan (terug)vloeien. Wat eigendom is of is geworden van de vzw, dient binnen de vzw te blijven. Ook bij de ontbinding van de vereniging komt het netto-actief niet bij de leden terecht. Dit netto-actief moet immers een bestemming krijgen dat zo nauw mogelijk aansluit bij het doel van de vereniging die ontbonden is.
Dit rechtsprincipe verhindert niet dat men uit de vzw een inkomen kan puren of dat de vzw de kosten die door de bestuurders of leden gemaakt werden voor de vzw terug betaald. Bij het terugbetaling van kosten zal de vereniging een dubbel bewijs moeten leveren. Primo zal de vereniging moeten bewijzen dat de kosten eigen zijn aan de vereniging. Secundo dat het terugbetaalde bedrag gediend heeft tot dekking van die kosten. De wet op de rechten van de vrijwilligers laat toe deze kosten op forfaitaire basis te betalen. Doch in dat geval dient men zich te houden aan zowel het dag-, als het jaarplafond. Daarenboven is een mix tussen forfaitaire kostenvergoeding en een terugbetaling van bewezen kosten in hoofde van één en dezelfde persoon verboden. Lees hier meer over het werken met vrijwilligers.
 
Ook met betrekking tot het uitkeren van een loon moet men voor ogen houden dat dit loon nooit de vorm mag aannemen van een verkapte winstuitkering. De uitkering van loon kan dus enkel als daar prestaties tegenover staan en indien het uitgekeerde loon marktconform is.
Dat de rechtspraak dit alles met argusogen bekijkt, blijkt onder andere uit de verschillende uitspraken hieromtrent. Creativiteit is derhalve uit den boze. Zo zijn er uitspraken bekend waarbij de rechter een overdreven intrest toegekend aan een bestuurder die de vereniging een lening had toegestaan herkwalificeert.
Daar een vennootschap een winstoogmerk heeft, kent men deze problematiek niet indien men opteert voor een dergelijke rechtspersoon.
Bij de start moet men zich een duidelijk idee vormen van wat men met de rechtspersoon wil realiseren. Is de insteek eerder van louter culturele aard, middelen genereren met het doel deze terug in te zetten voor de culturele activiteit, kan een vzw een perfect vehikel zijn. Is het streven eerder het uitbouwen van een lucratieve bezigheid zal een vennootschap waarschijnlijk het aangewezen vehikel zijn.
Indien men opteert voor een vennootschap heeft men de keuze tussen verschillende vennootschapsvormen. De keuze zal afhankelijk zijn van de bedoeling en de concrete situatie. Wil men verhinderen dat derden zomaar kunnen toetreden dan zal de BVBA in de meeste gevallen een aangewezen optie zijn. Bij een BVBA is het zelfs mogelijk om te fungeren als een eenpersoonsvennootschap, zonder dat men anderen in zijn project moet betrekken. Is het daarentegen eerder de bedoeling dat derden-geïnteresseerden gemakkelijk kunnen toe- of uittreden is een coöperatieve vennootschap de aangewezen rechtspersoon.
 

Welke commerciële vennootschap?

 
Bij documenten vind je een vergelijkende tabel.